Gilderollen

Wie in de late Middeleeuwen een beroep wilde uitoefenen in de stad Groningen moest lid zijn van het desbetreffende gilde. Zo was er een gilde voor Timmerlieden, Schoenmakers en Leerlooiers, Brouwers, Koperslagers en Koekenbakkers. Een gilde was een groep van vakbroeders die doormiddel van regels hun gezamenlijke belangen beschermden. Daarnaast had een gilde ook een sociaal karakter, een gilde voorzag bijvoorbeeld in de zorg voor weduwen en wezen. Ook in de politiek speelden de gilden vaak een rol van betekenis.

Om lid te kunnen worden van het gilde moest je ingezetene van de stad zijn en succesvol  een opleiding en meesterproef hebben afgerond. Vaak was een maximaal aantal leden vastgelegd zodat er voor alle leden voldoende werk was. Elk gilde had een gekozen bestuur en een eigen reglement dat was vastgelegd in de ‘gilderol’. Hierin stonden alle regels, rechten en plichten. Zo werd toezicht gehouden op de kwaliteit van de producten, werktijden, lonen en prijzen.

Van verschillende gilden zijn deze gilderollen bewaard gebleven. Een aantal daarvan is digitaal te bekijken.
 

   gilderol.jpg        knokenhouwers.jpg        schoenmakers.jpg

                  Kooplieden                                     Knokenhouwers                                    Schoenmakers

 

  baardscheerders.jpg         herbergiers.jpg

        Baardscheerders en                           Herbergiers of tappers
        Chirurgijns


     

  

 

      

Deze pagina delen

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door

Meer